Categorie archief: Experimenten

Op geregelde tijdstippen wagen wij ons aan een experiment.
Dit houdt in dat we verschillende bierstijlen of biertypes met elkaar vergelijken.
Het proeven gebeurd uiteraard blind, dus de meningen worden hier niet door beïnvloedt.
Het dient gezegd dat dit soms tot verrassende resultaten kan leiden …

Het experiment: Warm bier vs. Koud bier

Bieren naast elkaar vergelijken kan erg leerrijk zijn om smaken te ontdekken.
Deze keer zetten we twee keer hetzelfde bier naast elkaar, maar wel met een verschillende temperatuur.
Het proefpanel wist niet dat ze twee keer hetzelfde bier gekregen hadden en dat enkel de temperatuur verschilde…

Om deze proef goed te laten verlopen moest het geteste bier een “all time classic” zijn zodat discussies over kwaliteit op voorhand uitgesloten waren.

Elke deelnemer van de test kreeg twee glazen bier met Westmalle Dubbel.
In het ene glas had het bier 3°C wat algemeen beschouwd wordt als té koud voor een dergelijk bier.

In het andere glas was het bier op kamertemperatuur, eigenlijk té warm dus.

Eerste vaststelling: het bier verschilt in kleur!
Het koude bier is duidelijk minder donker dan het warme.
Speelt hier een koudetroebel mee?

Het aroma van het warme bier komt voor de meesten wat Lees verder Het experiment: Warm bier vs. Koud bier

Het experiment: Oude vs. Jonge Chimay

Bieren naast elkaar vergelijken kan erg leerrijk zijn om smaken te ontdekken.
Deze keer 
zetten we twee keer hetzelfde bier naast elkaar, maar wel van een verschillende leeftijd.
Chimay Bleue, wordt vaak gepresenteerd als een ideaal chimay bleu 75clbewaarbier…

Wanneer de trappisten van Scourmont hun Chimay Bleue ineen fles van 75 cl bottelen noemen ze het “Grande Réserve” vanwege het grote bewaarpotentieel (meteen ook de redenwaarom het jaartal vermeld staat).
Dat vràààààgt gewoon om een Ambibrew test!

Een van de bestuursleden had heel wat geduld geoefend om een fles van 2010 tot 2015 in zijn kelder te bewaren.

Voor de tweede fles was wat minder geduld nodig.
Deze fles werd sinds 2014 in de kelder bewaard en kan dus als vrij vers beschouwd worden.

Lees verder Het experiment: Oude vs. Jonge Chimay

Het experiment – pilsen

Zoals je kon lezen in “Het biernieuws” heeft Zweeds onderzoek uitgewezen dat weinigen hetverschil proeven tussen verschillende pilsbieren van verschillende merken.

Wij, Ambibrewers, hobbybrouwers, bierliefhebbers, wij wilden dus beter presteren!

We deden dus dezelfde test, maar wel met enkele andere merken.
Eén voor één kregen de leden van het proefpanel drie glazen pilsbier geserveerd.
Twee van die bieren waren van hetzelfde merk, het derde van een ander merk.
Aan de proever van dienst dus om er de vreemde eend uit te halen.

De merken waaruit wij verschillende combinaties probeerden waren Maes Pils, Cristal Alken, Stella Artois en Jupiler.
De aandachtige lezer zal al gemerkt hebben dat het telkens twee bieren van respectievelijk Alken Maes en AB-Inbev betreft.

Het resultaat… Verbijsterend!
Lees verder Het experiment – pilsen

“St-Bernardus Abt vs Westvleteren 12”

Bieren van een zelfde bierstijl met elkaar vergelijken blijkt een leerrijke ervaring te zijn.

We gingen deze keer opzoek naar de waarheid achter het verhaal dat St-Bernardus Abt en Westvleteren 12 kopieën zijn…

Er zijn veel factoren die een rol spelen als je twee bieren wil vergelijken die heel dicht bij elkaar aanleunen.
De manier van bewaren, de botteldatum,…
Met twee bieren van botteljaar 2013 deden we een verdienstelijke poging om deze twee zwaargewichten in bierland met elkaar te vergelijken.

St-Bernardus – Westvleteren…

In de abdij “Sint-Sixtus” in Westvleteren werd sinds de 19de eeuw

Westvleteren 12
Westvleteren 12

bier gebrouwen.
Na de tweede wereldoorlog werd echter beslist het brouwen in licentie te geven. Dat was in die periode geen uitzondering.

Anno 2014 worden de meeste abdijbieren in commerciële brouwerijen buiten de abdijmuren gebrouwen.

De licentie werd toevertrouwd aan brouwerij St-Bernardus in Westvleteren.
Omdat er nog geen regelgeving rond het gebruik van de naam “trappist” bestond werd voor Westvleteren dus de benaming “trappist” gebruikt.

Om een wildgroei van bieren met de naam trappist tegen te gaan werden regels vastgelegd.
Zo moest een echte trappist binnen de muren van een trappistenabdij gebrouwen zijn.

Zo scheiden de wegen van brouwerij St-Bernardus en de abdij

Sint Bernardus Abt 12
Sint Bernardus Abt 12

Sint-Sixtus. Aanvankelijk in vrede, maar na enige tijd bleek er toch een geschil te ontstaan tussen beide partijen.

Het gevolg was dat brouwerij St-Bernardus de abdij niet langer wou voorzien van gist zodat de abdij zich voor gist nu gaat bevoorraden bij de abdij van Westmalle.
St-Bernardus claimt sindsdien het enige echte recept te bezitten.

 

  1. Uitzicht

Beide bieren zijn identiek van kleur, namelijk zeer donker.
De pareling is op het zicht moeilijk te beoordelen.
De St- Bernardus heeft een dikke fijnmazige schuimkraag die langstevig blijft staan.
De kleur is gebroken wit.
De schuimkraag van de Westvleteren is eveneens overvloedig, maar ze is iets grover waardoor ze iets sneller vervalt.
De kleur van het schuim van de Westvleteren neigt ook eerder naar beige.
Al bij al zijn beide bieren uiterlijk moeilijk te onderscheiden.

  1. Aroma

Het eerste echt opvallende verschil zit in de geur.
De St- Bernardus heeft een vol fruitig en aantrekkelijk aroma waarin we duidelijk banaan herkennen (een kenmerk van een jong bier).

De Westvleteren is ingetogener, het aroma is neutraler.
Toch ruiken we een zekere houtigheid en een gebrand aroma.

Naar mate ons experiment vordert worden de bieren warmer.
Pas dan geeft de Westvleteren zijn volle aroma prijs.
Naar mate het bier warmer wordt krijgen we ook toetsen van rozijnen in de neus en wordt het aroma complexer en aangenamer.

  1. Smaak

De St-Bernardus zet vol aan.
De smaak van gebrande mout en karamel overheerst een hopbitterheid die, eigen aan de bierstijl, op de achtergrond blijft. We nemen opnieuw dat vleugje banaan waar.
Complex enevenwichtig in de smaak.

In de smaak zul je de Westvleteren moeilijker onderscheiden van de St-Bernardus dan in het aroma. Er is weinig verschil, maar de Westvleteren mist het vleugje banaan.

Opnieuw stellen we vast dat de Westvleteren pas tot zijn volle ontplooiing komt als het bier bijna op kamertemperatuur is.
De smaak is op kamertemperatuur voller en complexer en wordt opmerkelijk aangenamer.
De St-Bernardus verliest wat van zijn pluimen bij die temperatuur.
Bij de St-Bernardus treedt een lichte zurigheid naar voor die wat wringt.

Het is zelfs zo dat, waar de voorkeur van de meeste panelleden eerst licht in het voordeel van de St-Bernardus was, de meesten naar het einde toe toch meer naar de Westvleteren neigen.

  1. Afdronk

Bij beide bieren is de afdronk lang en aangenaam.
De gebrande karamel blijft lang hangen en voor het eerst komt ook de hopbitterheid naar voor.

  1. Experiment bis

Ons experiment bestond deze keer eigenlijk uit twee delen.
Eerst werden de beide bieren blind geproefd en besproken om alle vooroordelen te vermijden.

Na de bekendmaking van de namen van de bieren werd uiteraard verder geproefd en gediscussieerd.
Het experiment bis bestond erin dat iedereen opnieuw beide bieren blind voorgeschoteld kreeg.
Het was de bedoeling dan de bieren te herkennen.
We haalden een score van 75% wat aantoont dat er duidelijk verschil is, maar dat beide bieren erg dicht bij elkaar aanleunen.

Conclusie

Dit zijn zonder meer twee topbieren van absolute wereldklasse.
We zijn het er unaniem over eens dat er verschil is.
Maar het verschil is zo klein dat wie slechts één van beide bieren zouvoorgeschoteld krijgen zou kunnen uitmaken of het een St-Bernardus Abt of een Westvleteren 12 is.

We vragen ons ook af of de verschillen uitgesprokener worden bij veroudering of juist zouden vervlakken.

Misschien een idee voor een volgende experiment binnen enkele jaren…

“IPA” (Indian Pale Ale)

Bieren van een zelfde bierstijl met elkaar vergelijken blijkt een leerrijke ervaring te zijn.
Deze keer vergeleken we verschillende IPA’s. Het proefpanel wist niet in welke volgorde de bieren gedugusteerd werden. De bevindingen zijn dus niet beïnvloed door het etiket, de brouwer,…

Wie, zoals ons, een beetje actief is in de bierwereld, ziet ook de trends veranderen. Dé trend van 2012 en 2013 zijn de Tripel-hop-bieren. Een andere trend zijn de -duurdere- op hout gerijpte bieren. En ten slotte is er een verschijnsel dat langzaam maar zeker zijn plaatsje op de markt Belgische verovert: IPA.

IPA is een Britse bierstijl. De afkorting staat voor Indian Pale Ale.
Het is een bierstijl binnen de categorie Pale Ale.
Vanaf de 17e eeuw had Engeland veel overzeese kolonies en al het bier voor de Engelse soldaten en burgers werd met behulp van schepen naar de andere kant van de wereld gebracht.
Er werden verschillende biersoorten verscheept waaronder een voorloper van de huidige IPA.
De toenmalige brouwer speelde in de 19de eeuw zijn licentie voor export naar India kwijt en bracht het bier dan maar op de inlandse Britse markt onder de naam India Pale Ale of India Ale.

Exotiek was in de mode in die tijd. (het verhaal doet een beetje denken aan de Belgische “exports”)
De naam India Pale Ale werd gebruikt vanaf ongeveer 1835.
Naar traditionele Britse normen is een amberkleurig bier een bleek bier, dus “Pale”.

Sinds enkele jaren brengen steeds meer (kleine) Belgische en
Nederlandse creatieve brouwers een IPA op de markt.
Gewoonlijk zijn deze bieren donker blond tot
amberkleurig, vrij hoppig en hebben ze een alcoholgehalte van 6% à 7%.
De Belgische IPA’s zijn vaak iets voller van smaak dan de Britse.

  1. Excalibur IPA, brouwerij Anders in opdracht van “De bieradviseur”.

Brouwerij Anders werd opgericht in 2011 en legt zich toe op het brouwen van bieren in opdracht van andere bedrijven, in dit geval een bierwinkel “De Bieradviseur”.

Excalibur IPA is amberkleurig en heeft een wandklevende schuimkraag die snel vervalt.
Het bier van 6% alc heeft een uitgesproken citrus-aroma. Pompelmoes en agrum worden genoemd.
De smaak is vrij volmondig en de hopbitterheid is, naar IPA-normen goed gedoseerd.
Het bier wordt gebrouwen met 5 hopsoorten.

Etiket: Het etiket geeft voldoende info, maar oogt echt wel goedkoop met een soort “Google-afbeelding” van een zwaard.

  1. Viven IPA, Proefbrouwerij voor “brouwerij Viven”.

Deze IPA heeft met 8% meer alcohol dan gemiddeld. Het schuim is opvallend donkerder dan dat van alle andere geproefde IPA’s.
Ook dit bier is amberkleurig.
Het aroma is vrij vol en we herkennen de gist van de andere “Viven”-bieren.
Ook in dit bier pompelmoes in het aroma.

De smaak van de Viven IPA is naar verhouding met de andere IPA’s vol, zoetig en bevat duidelijk caramel. Eén van de minst bittere bieren in de rij.

Etiket: Alle Viven bieren hebben dezelfde stijl. Aan de kleur zie je welk bier je voor je hebt.
Er staat wel erg weinig informatie op de etiketten.
Ondermeer de echte brouwerij wordt jammer genoeg niet vermeld.

  1. Svea IPA, Struise Brouwers (zelf in brouwerij Deca)

Het gebroken witte schuim op dit amberkleurige bier vervalt vrij snel. Het bier heeft 7% alcohol.
Hoewel de houdbaarheidsdatum van dit bier nog niet is overschreden merken we al de veroudering.
Hop mag dan wel bewarende eigenschappen hebben, de smaak ervan verandert wel.
Vooral hoppige bieren ruiken wat kazig na verloop van tijd.
Ook onze SVEA dus.
De kazigheid wordt door sommige proevers ook wel omschreven als de geur van geuze.

Ook deze IPA neigt eerder naar de zoete, volle kant.

De smaak leunt dicht aan bij de VIVEN.

Etiket: Wat vreemd blauw etiket.
Er is wel vermeld waar dit bier gebrouwen wordt. Over de hopsoorten en dergelijke wordt niet veel prijs gegeven.

  1. Prearis IPA “No hops no glory”, Proefbrouwerij voor “brouwerij ’t Vliegend Paard”

Dit bier kleurt eerder koperkleurig dan amber. Het is dus een tikkeltje lichter van kleur dan de andere bieren. De schuimkraag is bijna wit en sterker dan gemiddeld.

Het moet gezegd: van de meeste van de geproefde IPA’s vervalt het schuim vrij snel.
Niet bij deze dus.
Het alcoholgehalte bedraagt 6,7%.

Het aroma wordt als onaangenaam ervaren. Er is veel gist in het aroma en weinig hop.
Ook de smaak is eerder eentonig bitterig.
Dit bier wordt ervaren als “een bittere pils”.

Het verrast ons te zien dat dit de Préaris is. Ten eerste omdat we nogal fan zijn van hun bieren en ten tweede omdat dit bier op de fles niet te vergelijken is met de heerlijke verfrissende “No Hops No Glory” die we van het vat kregen op het bierfestival in Leuven.

Etiket: Het etiket is in dezelfde lijn als de andere varianten van Préaris. Voldoende informatie.

  1. Martins IPA, brouwerij Anthony Martins

Dit bier ziet er smakelijk uit. Amberkleurig, helder en een gebroken witte sterke schuimkraag.
Ook het aroma wordt door de proevers heel positief beoordeeld. Eindelijk wat meer complexiteit, wat variatie.
We ruiken hop en mout, maar ook een lichte zurigheid en een lichte rooktoets.

De smaak is vrij vol, maar door de stevige bitterheid in evenwicht. Zeker het meest evenwichtige en toegankelijke bier van de reeks en samen met de Excalibur IPA oogst deze het meeste lof.

Etiket: Het etiket is zwart en stijlvol maar bevat eerder weinig informatie. Dit bier wordt niet gebrouwen door een bierfirma.
Dus die vermelding is uiteraard niet nodig.
Aan het ontwerp is tijd, aandacht en geld besteed.

  1. Chouffe Houblon Dobbelen IPA Tripel, Brouwerij La Chouffe (Duvel Moortgat)

Dit donker blonde bier is met voorsprong de bleekste in de rij.

Het heeft een sterke witte schuimkraag die erg wandklevend is en in een soort kraterlandschap blijft staan.

In het aroma ruiken we verse groene hop.
Het is even wennen aan het aroma.
Aanvankelijk weinig positieve kritieken, maar naar mate er meer geproefd wordt valt het aroma bij steeds meer proevers in de smaak. Ook een tikje vanille wordt genoemd.

In de smaak is dit duidelijk de bitterste van de geproefde bieren. Het heeft ook de meeste pareling.
Met zijn 9% alcohol zou deze misschien beter geproefd worden tussen Tripel Hop bieren.

  1. Brigand IPA, brouwerij Van Honsebrouck

Dit was jaren geleden zowat de eerste IPA die in België op grotere schaal op de markt gebracht werd.
Het was niet bepaald een succesvol project.
Het bier wordt al een vijftal jaar niet meer gebrouwen. Ons bier met vervaldatum 2010 is dus duidelijk verouderd.

Gezien IPA’s hun kenmerkende hopbitterheid verliezen en met hun lagere alcoholgehalte (in dit geval 6,5%) niet echt bewaarbieren zijn beschouwen we dit bier als “buiten categorie”.

We ruiken duidelijk de portorisatie van een verouderd bier.
De smaak is karamelzoetig en de hopbitterheid is nog lichtjes op de achtergrond aanwezig.

Besluit

Het valt ons op dat een groot deel van de IPA’s gebrouwen worden in opdracht van bierfirma’s of hele kleine brouwerijen.

In tegenstelling tot vorige “experimenten” / “vergelijkingen” is het kwaliteitsverschil eerder groot. Er moet aan sommige van deze bieren misschien nog wat gesleuteld worden.

We komen tot het besluit dat de Excalibur en de Matins IPA er duidelijk boven uitsteken.

“Delhaize Extrem Hop”

Bieren van een zelfde bierstijl met elkaar vergelijken blijkt een leerrijke ervaring te zijn.
Deze keer vergeleken we geen bieren van een bepaalde stijl, maar bieren die voortgekomen zijn uit een project van winkelketen Delhaize.

Voor het derde jaar op rij bracht Delhaize de Extrem Hop uit.
Dit is een uniek concept waarbij drie keer exact hetzelfde bier wordt gebrouwen op één verschil na.
Telkens wordt een andere hopsoort gebruikt voor dry-hopping.

Wij zetten de drie Extrem bieren naast elkaar en kwamen tot verrassende resultaten.

De hopsoorten die dit jaar gebruikt werden waren:

“Citra”, ons vooral bekend van de Duvel Tripel Hop editie 2012;
“Sorachi Ace”, dé hop-hype van 2013 die we kennen van Hopus Primeur, Troubadour Magma Sorachi, Duvel Tripel Hop editie 2013 en heel wat andere biertjes;
“Columbus”, voor ons proefpanel een nobele onbekende.

De drie bieren naast elkaar voor het proefpanel en proeven maar!
Alle bieren hebben uiteraard hetzelfde uitzicht: Donkerblond, goudkleurig gesluierd bier met een schuimkraag die na een tijd vervalt tot een blijvend laagje.

Het eerste bier heeft de grootste hoeveelheid citrus in het aroma (en voor wie bvb de Duvel Tripel Hop van 2012 en 2013 geproefd heeft wil dat wat zeggen).
We ruiken ook duidelijk vanille.
De smaak is zicht bitter en vloeit lang en bitter uit.
Er wordt gegokt op Sorachi Ace en Citra, maar we slaan de bal mis.
Dit betreft de Colombus.

Het tweede bier is zonder twijfel het meest verrassend.
Dit is totaal anders dan de andere twee.
Het aroma bevat ook citrus, maar minder dan de andere twee.
Verder ook groene hop, hars, bloemen en een soort harsigheid.
Een enorm complex aroma.
Dit bier zet onmiddellijk bitter aan en vloeit lang uit.
Iedereen staat versteld van deze aroma’s en smaken en er wordt opnieuw verkeerdelijk gegokt op Columbus terwijl dit de zo veel gebruikte Sorachi Ace is.

Het derde bier is de meest gematigde.
In de geur een flinke scheut citrus en pompelmoes en na een tijdje wordt het aroma zelfs een beetje muf.
Ook in de smaak is dit de meest gematigde.
Misschien zou deze het grootste publiek aanspreken.
Gezien we allemaal bij de vorige twee de bal mis sloegen raadden we ook hier niet dat het de Citra betrof.

Opnieuw is gebleken hoe leerzaam het voor ons is om bieren naast elkaar te proeven en te vergelijken.

Wij kijken alvast uit naar de volgende editie van Extrem Hop!

“Tripel Hop en co”

Door Sylvie

Bieren van een zelfde bierstijl met elkaar vergelijken blijkt een leerrijke ervaring te zijn.
De rubriek werd intussen een vaste waarde in het tijdschriftje.
Na de “Belgian Strong Ales” en de Tripels was het deze keer de beurt aan de “Tripel Hop”.

In het proefpanel zat deze keer een vrouw met een heel fijne neus.
Hier volgt haar relaas.

Als liefhebber van hoppige biersoorten, was ik al lang bereid eens een test te doen.
Uiteindelijk kwamen 4 zeer lekkere bieren op de tafel te staan :

– Duvel
– Duvel Triple Hop van 2012
– Duvel Triple Hop van 2013
– Hopus Primeur 2013

Ik was zeer verheugd, omdat ik de Duvel Triple Hop van 2012 zeer gesmaakt had.
Ik had hem vorig jaar meerdere malen gedronken, weliswaar bij zeer goed weer, leuke omstandigheden, goed gezelschap,… waardoor hij er met kop en schouders bovenuit stak.
Ik was dan ook zeer benieuwd of ik er die specifieke smaak ook zou kunnen uithalen.

De ‘gewone’ Duvel sprong er al zeer snel uit, omdat hij te ‘pilsachtig’ smaakte in vergelijking met de andere 3.
Ongelooflijk hoe deze dan in het niets valt, omdat de andere een zeer uitgesproken smaakpallet hebben.

Het is gelukt om de Triple Hop van 2012 eruit te halen, zelfs al afgaande op de reuk.
Ik had die periode vorig jaar namelijk kennis gemaakt met vlierbloesem.
Een afgietsel daarvan gemengd met bruisend water of witte wijn, heerlijk koel geserveerd, smaakt echt lekker.
Ik ruik in de triple hop van Duvel 2012 ook die geur.
Het kan niet, maar dan zal het 1 ofwel meerdere soorten hop zijn die mij daaraan doen denken. Hij smaakt ook echt verfrissend lekker.

Jammer genoeg heb ik bij de laatste 2 bieren gefaald : ik dacht namelijk dat de pittige uitgesproken geur en smaak van de Duvel Triple Hop van 2013 kwam en de zachtere afdronk tot de Hopus behoorde.
Het bleek echter omgekeerd te zijn.
De Hopus bleek (voor mij althans) pittiger te zijn dan de Duvel Triple Hop.
In ieder geval merk je wel hoe moeilijk het is zulke bieren uit elkaar te halen.

De toevoeging van verschillende hopsoorten verrijkt het smaakpallet, maar leunen toch dichtbij elkaar aan.
Toch is het fantastisch hoe smaak verandert op basis van verschillende soorten hop.

Ik blijf het dan ook leuk vinden om te leren ruiken, proeven, vergelijken,…
Dan komt de smaak weer op de voorgrond en niet zozeer het drinken op zich.

Op naar de volgende test zou ik zeggen!

“Tripels”

In de vorige editie beschreven we een nieuw experiment dat we te danken hadden aan twee flessen Ommegang.
Het experiment om verschillende bieren in hetzelfde segment blind naast elkaar te proeven beviel ons zodanig dat we het graag eens herhaalden.
Dit keer met zes tripels.

Er is niet echt een vaste definitie voor de bierstijl “Tripel”.
Een wettelijke bepaling is hier zeker niet voor.
Wij hanteerden de volgende criteria: Blond hooggistend bier van minstens 7% alc dat door de brouwer zelf als “tripel” omschreven wordt.
Alleen Pascal wist wat er in de glazen zat (er moet toch iemand uitgieten hé), maar voor de beschrijving volgt hier het lijstje:

1. Maredsous Tripel (Duvel Moortgat)
2. Straffe Hendrik (De Halve Maan).
3. Dulle Teve (Dolle Brouwers)
4. Gouden Carolus Tripel (Het Anker)
5. Tongerlo Prior (Haacht)
6. Brugge Tripel (Palm)

Alle bieren worden tot op de bodem leeg gegoten.
Dat laat ons toe de hergisting en de helderheid te kunnen beoordelen.
4 en 5 (Gouden Carolus en Tongerlo) zijn duidelijk de meest heldere bieren.
Dat is van geen invloed op de latere beoordeling, hoewel het aantoont dat de hergisting misschien niet helemaal artisanaal is.
Maredsous is duidelijk de meest troebele in het rijtje.
De meeste bieren zijn goudblond.
2 en 3 (Straffe Hendrik en Dulle Teve) hebben eerder een koperen schijn.
Bij geen van deze bieren trekt het schuim snel weg.
2, 5 en 6 (Maredsous, Tongerlo en Brugge Tripel) hebben een opvallend sterke schuimkraag met bergstructuur.

Tijd om te ruiken en te proeven:
1. (Maredsous) heeft een eerder medicinaal aroma. We ruiken ook groene zure appetjes. Maredsous
is het bitterste van de reeks, maar die bitterheid lijkt niet in evenwicht en overheerst de
smaakervaring eerder in negatieve zin.

2. (Straffe Hendrik) heeft een moutige geur maar we onderscheiden ook duidelijk hop. Het bier
zet vol aan, lijkt vervolgens naar zoet over te hellen maar sluit af met een lange hoppige afdronk.
Het panel wordt door dit bier verdeeld. De utispraak “You like it, or you hate it” past blijkbaar bij
dit perfect bij dit bier.

3. (Dulle Teve) We ruiken bloemen, maar dit aroma komt een beetje chemisch over. De smaak is ten
opzichte van de anderen nogal neutraal. Ondanks de hype rond de “Dolle brouwers” en het hoogste
gehalte aan alcohol (10%) mist dit bier volheid van smaak. Jammer. We zetten dit bier unaniem op
de laatste plaats.

4. (Gouden Carolus), eerst springt hop in de neus. Maar het aroma is complex. Ziltige, zoetige en
bloemige toetsen strijden om op de voorgrond te komen. Iedereen ruikt meermaals aan dit bier om
het aangename aroma nog gedetailleerder te kunnen beschrijven. De aroma’s komen ook weer in de
smaak, maar worden wel een beetje gemaskeerd door de sterke bruis. Bij de lange afdronk komt
ook nog een beetje vanille opzetten. Enkel voorstanders voor dit bier, al is de ene meer
uitgesproken voor dit bier dan de andere.

5. (Tongerlo) In het aroma vinden we een evenwicht tussen mout en hop terug en worden we op de
achtergrond een beetje ziltigheid gewaar. Ook dit bier heeft een sterke pareling die de smaken
aanvankelijk wat maskeert. Zeer mooi in evenwicht met toetsen van mout en vanille en een lange
hoppige afdronk. Ook dit bier oogst veel lof en steekt misschien net Gouden Carolus de loef af.

6. (Brugge Tripel) Deze heeft duidelijk honing in het aroma. Het aroma verschilt opvallend van de
anderen hierdoor. We verwachten dan ook de zoetste in de rij, maar dat blijkt niet het geval. Een
verfrissende smaak die steunt op een subtiele hopbitterheid. Een goede doordrinker.

Conclusie:
Al deze bieren zijn kwalitatief OK en geen enkel bier wordt door het proefpanel met de
grond gelijk gemaakt.
We hadden niet gedacht dat er zo veel verschil in smaakervaring zou zitten tussen al deze bieren.

Voor ons panel kunnen we stellen dat Tongerlo en Gouden Carolus zeker het
beste scoorden en dat Dulle Teve en Maredsous aan de staart bengelen.

De selectie (gebaseerd op wat we in onze kelder hadden…) is uiteraard zeer beperkt.
Het aanbod tripels is enorm en in het rijtje ontbreken dan ook enkele kleppers die we de volgende keer
misschien wel in de selectie opnemen.

“Ommegang” en vergelijkbare bieren

Onlangs ontvingen we van een trouwe Ambibrewer twee flessen van 75 cl Ommegang met de vraag om daarover eens iets te schrijven in ons tijdschriftje.
De nieuwste telg van de “Keizer Karel”-familie van Haacht was echter al biertje van de maand juni 2012 geweest en niet bepaald in de smaak gevallen (1 hopbel).
Toch besloten we het een tweede kans te geven aan de hand van een experiment.

Ommegang wordt door brouwerij Haacht geprofileerd als een Belgian Strong Ale, een rechtstreekse concurrent van Duvel dus.
Meer nog, de brouwerij geeft cafés kortingen tot 30% op al hun aankopen als ze Duvel uit hun aanbod halen en vervangen door Ommegang.
Ommegang is uiteraard niet het eerste bier dat een graantje wil meepikken van het succes van Duvel (of Duvel de duvel wil aandoen) en daarom besloten we er eens een aantal op een rijtje te zetten en ze blind te proeven en te vergelijken.

Het is uiteraard belangrijk indachtig te zijn dat de
proefnotities gemaakt werden zonder te weten welk bier er in het glas zat, maar wij geven u het
lijstje:

1. Omer (brouwerij Bockor)
2. Ommegang (brouwerij Haacht)
3. Limmerick (Proefbrouwerij voor Bas-bieren)
4. Duvel (brouwerij Duvel Moortgat)
5. Sloeber (brouwerij Roman)
6. Gentse Strop (brouwerij Roman)
7. Challenger (de nieuwste van Ambibrew).

Eerste opvallende kenmerk 2 en 4 (Ommegang en Duvel) zijn beduidend lichter van kleur.
Alle bieren hebben een sterke schuimkraag, behalve 2 (Ommegang) waarvan de schuimkraag al snel vervalt.
1 en 4 (Omer en Duvel) hebben een schuimkraag die opvalt door zijn berg-structuur.
3 en 4 (Limmerick en Duvel) zijn de meest troebele bieren in het rijtje.

En dan proeven:

1 (Omer) heeft een duidelijk hoppig aroma en bruist stevig. Het bier wordt als “pittig” omschreven,
een goede hopgift, maar toch evenwichtig. Een beetje een zoetige nasmaak die niet lang blijft
hangen.

2. (Ommegang) heeft een plantaardig aroma, zoetig en alcoholisch, maar niet vol van smaak. Dit bier
overweldigt even door een sterke pareling, maar dan lijkt de smaak weg te vallen. De commentaren
hierop: “niets dat er uitspringt”, “vervelend”. De proeverij van juni indachtig menen de panelleden
dit als Ommegang te herkennnen.

3 (Limmerick) deze was per ongeluk op de lijst geraakt en hoort eigenlijk niet thuis in de categorie
“Belgian Strong Ale” omdat dit bier daarvoor veel te kruidig, en beduidend zoeter / moutiger is.
Het bier kreeg wel veel positieve reacties, ondermeer door de kruidigheid die afgewisseld wordt
met een lange hopbittere afdronk.

4. (Duvel) deze is duidelijk bleker dan de rest (behalve 2) en heeft in de neus opvallend meer citrus
dan de andere bieren. Het doet zelfs een beetje aan citroenjenever denken. Ook in de smaak is
deze iets zuurder dan alle andere bieren. Positieve kritieken want het proefpanel vindt dit unaniem
het meest verfrissende bier. De hopbitterheid is duidelijk aanwezig, jammer dat de afdronk nogal
kort is. Opvallend: geen van de panelleden herkent de Duvel.

5. (Sloeber) een gesloten aroma, maar wat er door komt geeft een verfrissende indruk. Ook dit
bier bruist hevig, daardoor is de eerste smaakervaring nogal beperkt. Ook hier bemerken we een
lichte zurigheid, minder dan 4, maar de hopbitterheid blijft dan wel weer langer hangen. Dit bier
benadert misschien het best de Duvel (wat op zich geen doel hoeft te zijn), maar wordt ook als
“niets vernieuwend” beschouwd. 2 panelleden herkennen de Sloeber.

6. (Gentse strop), qua alcohol de lichtste van het rijtje. Het aroma is eerder onaangenaam, we
ruiken gekookte kolen. De smaak maakt wel een en ander goed. Zoals de meeste bieren in het rijtje
bruist het bier stevig. Het is, ondanks het lage alcoholgehalte, voller van smaak dan de meeste
bieren in de reeks.

7. (Challenger), ook ons eigen bier blijkt absoluut niet thuis te horen in het rijtje. Het kruidige
aroma van kardemom en koriander gaat eerder de concurrentie aan met de Limmerick en geen van
de bieren in de lijst heeft een hopbittere afdronk die zo lang blijft hangen (eigen stoef…)

Conclusie:
Over de Ommegang: Het spijt ons voor de milde schenker, maar voor de tweede keer heeft de Ommegang ons niet kunnen bekoren.
Niet op zijn eentje in juni, en zeker niet in vergelijking met bieren van hetzelfde marktsegment nu.

Over de test:
Erg prettig om te doen, en zeker voor herhaling vatbaar met andere bierstijlen.